A: Pff, nou… vandaag was het weer behoorlijk chaotisch, hè?
B: Ja, helemaal mee eens. Ik had geen idee wanneer het eigenlijk moest beginnen. Iedereen zat er een beetje, maar niemand trapte af.
A: Precies! Er is niemand die de boel op gang brengt of de toon zet. En dan blijven sommigen eindeloos doorgaan over hun punt…
B: …terwijl anderen afhaken of beginnen te giechelen. Soms waren er zelfs luide zijgesprekken.
A: En we weten nooit echt wanneer we moeten afronden. Vandaag bleef het maar duren.
B: En dan begint er ineens, uit het niets, iemand over iets totaal anders, terwijl we midden in een ander onderwerp zaten!
A: Ja, dat weet ik nog. En de tafel lag helemaal vol met van alles – waterflessen, mappen, papieren – zodat ik mijn eigen materiaal niet eens kon gebruiken. We konden ook niets opschrijven wat iedereen kon zien en waarmee we konden werken… Ik had gewoon het gevoel dat niemand overzicht had.
B: Eerlijk gezegd stoorde het mij ook dat de facilitator niets opschreef. We moesten alles in ons hoofd houden en aan het eind wist ik niet meer waar de anderen het over hadden.
A: Ja, dat had ik ook. Ik zat wat verder naar achteren en kon niet iedereen zien – echt onhandig.
B: Zoals het nu gaat, werkt het niet. Ik denk dat we er echt over moeten nadenken hoe we dit ter sprake brengen.